Slide background

Hoewel Wilhelmina Drucker in haar activiteiten en publicaties in de eerste plaats op Nederland en de Nederlandse verhoudingen gericht was, had zij wel degelijk ook oog voor het buitenland. Maar veel weten wij daar op dit moment nog niet van.

Er is maar één buitenlandse ervaring van Drucker waar onderzoek naar is gedaan. Dat is haar aanwezigheid op het Internationaal Werkliedencongres dat in augustus 1891 in Brussel werd gehouden en de nasleep die deze eerste grote buitenlandse ervaring voor Drucker én voor België had. Op dit tweede congres van de Tweede Internationale was Drucker als afgevaardigde van de VVV aanwezig. De tegenwerking die zij daar meteen al bij de toegang had moeten trotseren van de aanwezige Nederlandse socialisten die haar als feministe van het congres wilden weren, bezorgde haar internationale faam. Bovendien had haar optreden een katalyserende werking in België, waar in 1891 nog geen georganiseerde vrouwenbeweging bestond. Vrouwen van zowel socialistische als liberale huize wendden zich om advies en bijstand tot Drucker, en zij gaf die volgaarne aan beide groepen.

Geïnspireerd door Drucker veranderde de tot dan toe volgzame Socialistische Propagandaclub voor Vrouwen, de vrouwenclub binnen de Belgische Werkliedenpartij, onder aanvoering van Emilie Claeys nog in 1891 in een feministische belangengroep. En in 1892 ontstond mede door toedoen van Drucker de eerste onafhankelijke politieke vrouwenorganisatie van België, de Ligue belge du droit des femmes, onder leiding van de Belgische advocate Marie Popelin. Bij de oprichting van Evolutie, in april 1893, werd deze Belgische connectie aangehaald. Voor het team van vaste medewerkers hadden Wilhelmina Drucker en Dora Schook-Haver  drie Belgische feministen aangetrokken: Emilie Claeys, Marie Popelin en Ligue-lid Louis Frank. Vervolgens vertaalden Drucker en Schook-Haver Le grand catéchisme de la femme (1894) van Louis Frank, dat in 1895 als De catechismus der vrouw verscheen bij uitgeverij Versluys – de uitgeverij waar feministe Annette Versluys-Poelman mede de scepter zwaaide.

De internationalisering van de vrouwenbeweging, waarvoor de oprichting van de International Council of Women in 1888 in Washington een belangrijk startpunt was, zou zich niet oriënteren op de continentale, socialistische traditie waar Druckers eerste aangrijpingspunt lag. Over hoe en langs welke weg Drucker zich daarin toch zou gaan bewegen, is nog maar weinig bekend. Internationale feministische congressen bezocht zij zeker, maar in welke hoedanigheid, wat daarbij haar inbreng was, en hoe deze congressen haar opvattingen kleurden of haar internationale netwerk verbreedden, dat alles is stof voor nader onderzoek.

Een andere toegang tot Druckers internationale oriëntatie is te vinden in Evolutie, waarin zij weliswaar in de eerste plaats de ontwikkelingen in Nederland en de Nederlandse vrouwenbeweging volgde, maar zeker ook aan die in het buitenland aandacht besteedde. Daar bestond zelfs een aparte rubriek voor, ‘Uit den vreemde’. En met Josephine Baerveldt-Haver, die in 1912 haar overleden zuster Dora Haver als redactielid opvolgde, nam de aandacht voor de positie van vrouwen in Nederlandsch-Indië beduidend toe. Ook dat is een onontgonnen, maar veelbelovend veld van onderzoek.

Een laatste toegang tot Druckers internationale oriëntatie vormen de vertalingen die zij uitbracht, waarover al een en ander geschreven is, en de boeken die zij las, waarover we nog zo goed als niets weten.

Naar al deze onbekende internationale aspecten van Druckers feminisme hopen we dat in de toekomst nader onderzoek zal worden gedaan. We zullen er hier graag verslag van doen.


Verder lezen

Zie ook:

Kate Field's Washington (1895) in: Evolutie.

Twee Syrische vrouwen (1895) in: Evolutie

Aanvullende informatie

  • Gepubliceerd: 15 december 2015
Laatst aangepast: 15 juli 2016

Wilhelmina Drucker